Het hotel waarin we verblijven sinds we in Kampala toegekomen zijn is een gigantisch complex, dat toebehoort aan een Indische zakenman. Naast de parking wordt gewerkt aan alweer een nieuwe vleugel. In november zal hier een belangrijke vergadering van de Commonwealth plaatsvinden, vandaar deze werken. Vandaar ook de aanleg van wegen, in en rond de hoofdstad. Een Italiaanse man grapt dat hij zich thuis voelt, dat iedere keer er in zijn land verkiezingen zijn snelwegen worden gelegd naar de dorpen van de plaatselijke politici.
Het congres begon zaterdag. Sinds vrijdag druppelen mensen van over de hele wereld binnen voor het IF-congres, meer dan 140 in totaal. Ouders, politici, mensen met spina bifida, artsen, zelfs de first lady is aanwezig op de opening (zo ook de Ugandese minister van gezondheidszorg, de nieuwe althans, de vorige verschuilt zich in Londen voor een aanhoudingsbevel wegens corruptie). Ook veel van de mensen die we de afgelopen twee weken hebben ontmoet, zijn hier aanwezig. De atmosfeer is hartverwarmend, het heeft iets weg van het laatste plaatje in een Nero-album. Hier ben ik “The son of the president”, en dat bevalt me wel, of liever, dat bevalt me meer dan “diejen ene van dinges”, -of hoe ze me in Antwerpen wel eens plachten te noemen.
Zaterdagavond ga ik met Hugo, Zjuul en Lieven naar een samenkomst van de Belgische gemeenschap hier in Kampala, in een fenomenaal Belgisch restaurant. De openheid en zachtheid van mijn landgenoten doen een mij onbekend nostalgisch, bijna patriottisch vuur in me oplaaien. Ik ben bijzonder nerveus omdat Hugo, een vriend en dorpsgenoot van Europarlementariër Johan Vanhecke, me had beloofd voor te stellen aan Els De Temmerman, een monumentale vrouw, die –naast auteur- ook hoofdredactrice is van de grootste Ugandese krant. De haast onbegrensde bewondering die ik al enkele jaren voor haar koester is geheel terecht. Ik denk dat ik, op mijn moeder na, nog nooit een innemendere vrouw heb ontmoet. Zondag zullen we met Johan en Els eten, maandag zal ze mij rondleiden op de redactie van haar krant. Een gedachte die ik, als ik weer toekom in de hotelkamer die ik met papa deel, over me heen trek als een deken.
MM